Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

‘Een kind ontwikkelt zich niet los van zijn omgeving’

Een jong meisje speelt met blokken

Soms is een kleine stap groot. Een kind dat meegaat naar de kinderboerderij. Een groep kinderen die groente en fruit ophaalt voor voedselpakketten. Of ouders die voor het eerst merken: mijn kind kan meer dan ik dacht. Voor Ilse Marquenie, beleidsmedewerker Jeugd, Werk en Ontwikkeling (JW&O) bij Philadelphia, gaat het daarom. ‘We willen de wereld van kinderen groter maken. Niet door het meteen groots te zoeken, maar juist door gewone dingen mogelijk te maken. Meedoen in de buurt. Iets nieuws proberen. Ervaren dat je erbij hoort.’

De wereld vergroten begint vaak dichtbij. Een bezoek aan het zwembad. Een vrijwilliger uit de buurt die muziek komt maken. Een pluktuin. De avondvierdaagse. Een buurtbarbecue. Of een speelplein waar ook kinderen uit de buurt komen spelen. ‘Soms denken we te groot’, zegt Ilse. ‘Maar kleine dingen kunnen al veel doen. Kinderen krijgen de kans om hun talenten zowel binnen als buiten onze deuren in te zetten.’ Voor ouders betekent dat veel. ‘Het doet ouders echt goed als hun kind gewoon mee kan doen.’

In de eigen omgeving
Kinderen kunnen al op jonge leeftijd bij Philadelphia terecht. Rond hun tweede jaar, en soms nog iets eerder. Bij heel jonge kinderen gaat het vaak om diegenen bij wie vanaf de geboorte duidelijk is dat zij veel ondersteuning nodig hebben. Dat wil niet zeggen dat ze bij Philadelphia komen wonen. ‘Soms past ambulante ondersteuning beter’, zegt Ilse. ‘Onze visie is dat kinderen het beste zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven. Thuis, op school, op de kinderopvang en in de buurt.’

Er zijn ook kinderen die wel bij Philadelphia komen wonen. Vaak vanaf ongeveer vier jaar, als het niet lukt om met ondersteuning thuis op te groeien. ‘Maar ook dan kijken we steeds: wat kan thuis nog? Wat kunnen ouders, familie of andere mensen om het gezin heen betekenen? En hoe blijven jeugdigen onderdeel van hun eigen gezinssysteem en netwerk of omgeving?’

De vraag naar ondersteuning groeit
‘Vooral voor de orthopedagogische dagcentra, waar kinderen overdag behandeling krijgen, zijn de wachtlijsten lang,’ ziet Ilse. Dat komt doordat meer kinderen ondersteuning nodig hebben. Ook de doorstroom naar onderwijs of een andere passende plek is lastiger geworden. ‘Scholen hebben te maken met personeelstekorten. En als er ook gedragsvragen spelen, kan het onderwijs niet altijd bieden wat een kind nodig heeft.’

Ook thuis kan er veel spelen. Denk aan zorgen over geld, wonen, taal, trauma of overbelasting. ‘Een kind ontwikkelt zich niet los van zijn omgeving. Daarom kijken we ook naar het gezin eromheen.’

Ilse ziet daarin een groot verschil met vroeger. ‘Toen ik bijna twintig jaar geleden begon, kwamen kinderen met een busje naar de locatie. Ouders brachten hun kind en gingen weer weg. Wij zorgden voor de kinderen. Nu kijken we veel meer naar het kind en naar ouders.’ Ook verdriet en zorgen van ouders krijgen meer aandacht. ‘Ouders kunnen steeds opnieuw voelen dat het leven van hun kind anders loopt dan gehoopt. Het is belangrijk om dat te erkennen. En om samen kleine stappen te zetten.’

"Ik gun ieder kind dat het zichzelf kan zijn in een veilige omgeving"
- Ilse Marquenie


Mijn Groei en Mijn Thuis
Voor de jonge doelgroep werkt Philadelphia met twee dienstverleningsconcepten: Mijn Groei en Mijn Thuis.

Mijn Groei helpt kinderen en jongeren om vaardigheden te ontwikkelen die belangrijk zijn voor hun toekomst. Ilse: 'Dat doen we in een omgeving waar zij zich veilig voelen. Met ondersteuning die past bij de leeftijd, ontwikkelfase en mogelijkheden van een kind. Dat kan bijvoorbeeld op een orthopedagogisch dagcentrum zijn, maar steeds vaker ook in samenwerking met onderwijs en kinderopvang.’ Zo sluiten ontwikkeling, leren en het gewone leven zo goed mogelijk op elkaar aan.

Mijn Thuis gaat over wonen, logeren en ondersteuning thuis. ‘We kijken naar wat ouders nodig hebben om stevig te blijven staan en hun kind thuis de ondersteuning te kunnen blijven bieden die het nodig heeft.’ Dat kan met ambulante begeleiding waardoor ouders zelf weer verder kunnen. Ook digitale ondersteuning krijgt meer plek, bijvoorbeeld via ouderplatform Sophi en DigiContact.

Als thuis wonen tijdelijk zwaar is, kan logeren helpen. ‘Dat geeft een gezin lucht’, vertelt Ilse. ‘Maar het is ook goed voor kinderen. Logeren biedt kinderen nieuwe ervaringen en contacten buiten hun vertrouwde omgeving.’
De dienstverleningsconcepten helpen om meer lijn en duidelijkheid te geven. Voor kinderen, ouders en medewerkers. ‘De basisvisie is overal hetzelfde’, zegt Ilse. ‘Dat geeft rust. Ouders weten beter wat mogelijk is. En medewerkers zien sneller welke andere vormen van ondersteuning kunnen helpen.’

Samenwerking
Als Ilse droomt over de toekomst, ziet ze kinderen die zich op hun eigen manier kunnen ontwikkelen. In hun eigen tempo, midden in de samenleving. ‘Ik gun ieder kind dat het zichzelf kan zijn in een veilige omgeving’, zegt ze. ‘En dat wij als zorg alleen toevoegen wat nodig is.’ Daarvoor is samenwerking nodig. Met ouders, familie, onderwijs, kinderopvang, gemeenten en de buurt. ‘Ik hoop dat die samenwerking steeds beter wordt’, zegt Ilse. ‘Zodat kinderen kunnen groeien in hun eigen wereld. En die wereld langzaam maar zeker groter wordt.'