De oprichtende ouders van Philadelphia | Zij vormden vanaf 1956 de beweging achter Philadelphia en brachten een fundamentele verandering op gang in de gehandicaptenzorg.
Cliënten, bewoners, deelnemers | De reden van ons bestaan. De reden waarom collega's zich graag inzetten. Wie op een locatie komt, of bij iemand thuis, weet: dit is waar ik het voor doe. Dit zijn de mensen voor en met wie ik ga voor een gewoon, eigen leven.
Collega's | Duizenden gezichten, duizenden collega's. Tienduizenden verhalen. Honderdduizenden dingen die jullie doen, klein en groot. Om te zorgen, te motiveren en soms los te laten. Om de wereld van cliënten en zichzelf te vergroten.
Joop Dondorp | Grondlegger van Philadelphia en initiatiefnemer van kleinschalige zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Dondorp was onze eerste bestuursvoorzitter tot aan 1978.
Cees Hovenkamp | Bestuursvoorzitter tijdens de professionalisering van Philadelphia. Hovenkamp speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de organisatiecultuur.
Greet Prins | Bestuursvoorzitter die na een crisis in 2008 de stabiliteit herstelde. Prins, in 2011 zorgmanager van het jaar, positioneerde Philadelphia stevig voor de toekomst.
Gerrit Leene | Werkte 42 jaar lang bij Philadelphia, onder andere als directielid. Leene is een van de grondleggers van regelarm werken: meer vrijheid, verantwoordelijkheid en vertrouwen. Hij heeft veel betekend voor de plek van mensen met een beperking binnen kerkelijk Nederland.
Teun Post | Een van de eerste behandelaren van Philadelphia die de behandeltak een gezicht gaf en groter maakte. Post is een echte verbinder en was initiatiefnemer van de Canon gehandicaptenzorg.
Saskia Baas | Sinds 2020 voorzitter van de raad van bestuur. De koers Vergroot je wereld kwam er onder haar aanvoering: cliënten die waar het kan meer zelf doen en meer met anderen. Daarbovenop technologie die helpt waar kan. Voor een zelfstandiger en gewoon, eigen leven.
Niek van Exel | Ouder van cliënt en jarenlang actief lid van de familieraad. Voorvechter van innovatie en robotica om de zeggenschap van cliënten te vergroten en klaar te zijn voor de toekomst.
Mark Koning | Cliënt, voormalig voorzitter cliëntenraad, co-onderzoeker en lid van werkgroep Geloof. Hij was een van de eerste ervaringsdeskundigen en wegbereider voor de afdeling Ervaringsdeskundigen die Philadelphia nu heeft.
Podcast aflevering 1: De bossen uit
Hoi, ik ben Martin. Ik ga je meenemen door de geschiedenis van Philadelphia. Maar eerst vertel ik graag iets over mezelf. Ik ben kunstenaar. En deelnemer bij Philadelphia. Mijn eigen geschiedenis is best heftig. Ik had geen begeleiding of wat dan ook nodig. Tot ik problemen kreeg in mijn hoofd en opgenomen moest worden. Dat was in een gesloten woning. Nu gaat het veel beter.
Maar dat vertel ik later. Eerst een beetje geschiedenis van Philadelphia. Kom, ik neem je mee. Terug in de tijd. Naar vroeger. Naar de jaren ’60 van de vorige eeuw.
---
Hoor je de vogeltjes fluiten? Mooi he.
Ik sta in een bos. Er staan hier allemaal gebouwen. Daar wonen mensen met een beperking. Mensen zoals ik. Mensen met een zwaardere beperking ook. Hun ouders kunnen niet meer voor ze zorgen.
Geestelijk gehandicapt noemen ze dat in de jaren ‘60. Mensen met down noemen ze nog een mongooltje.
Ik ben niet geestelijk gehandicapt. Ik ben ook niet verstandelijk beperkt. Ik ben mezelf en ik héb een beperking. En ik heb ook talenten. En ik vind het fijn om te kunnen doen wat ik wil.
Maar hier in de bossen gaat dat anders. Er werken begeleiders en artsen. Alles dicht bij elkaar. Goed geregeld, zou je denken. Handig zo.
Ja, handig. Dat klopt. En fijn dat de zorg er is. Maar andere mensen zie je hier bijna nooit. En als de mensen met een beperking naar de stad gaan, dan is dat een uitje. In plaats van normaal.
O, er zwaait iemand. Hallo meneer. Hoe gaat het?
Henk: ‘Goed. Dank je, en met jou? O, trouwens, ik ben Henk.’
Ik ben Martin. Met mij gaat het ook goed hoor. Wel raar om hier te zijn.
Henk: ‘Bent u hier voor het eerst?’
Ja, ik kom uit de toekomst even een kijkje nemen.
Henk: ‘O. Interessant. Hoe is het in de toekomst?’
Nou, ik heb ook een beperking. En ik heb ook weleens in een gesloten opvang gezeten. Maar nu niet meer. Ik woon niet zo in de bossen als hier. Ik heb een gewoon, eigen leven. Zo noemen we dat bij Philadelphia. Ik krijg van hun ondersteuning.
Henk: ‘Wat goed. Dat is precies hoe het moet zijn. Ik heb een zoon die geestelijk gehandicapt is.’
Die een beperking heeft bedoelt u?
Henk: ‘Ja, zo kan je het ook noemen. Hij woont hier op dit terrein. Ik woon gelukkig in de buurt. Maar veel ouders moeten van ver komen om hun kind te zien. En dan ook nog zo weggestopt in de bossen. Dat moet anders. Daar praten we veel over met de ouders en nu gaan we ook echt iets doen. Onze kinderen in kleine en gezellige huizen in gewone straten. Samen leven met andere mensen in de buurt. Dat is toch veel beter.’
Dat is een heel goed plan. Ik mag het vast niet verklappen, maar in de toekomst gaat dat hartstikke goed.
Henk: ‘Fijn om te horen, dan gaan we ermee door. Het is nog wel lastig om het allemaal te betalen. Maar veel ouders zijn gelovig en krijgen steun en geld van hun kerk. Dus dat is fijn. We moeten nog wel een hoop mensen overtuigen dat dit de beste manier is hoor. Gelukkig hebben we iemand die daar heel goed in is: Joop… Joop Dondorp. Daar heb ik over vijf minuten een gesprek mee, dus ik moet maar eens gaan. Leuk kennis te maken met jou. Hoe heet de organisatie ook alweer die jou begeleiding geeft?’
Philadelphia.
Henk: ‘Philadelphia, dat is een mooie naam. Betekent dat niet naastenliefde?’
Zeker. Nou, gaat u maar snel naar meneer Dondorp, dan ga ik weer even tijdreizen. Terug naar mijn eigen tijd. Fijne dag nog!
---
Eens even Googlen wie die Joop Dondorp is.
O, joh. Dat is de oprichter van Philadelphia! Dat was dus het begin. Joop ging door heel het land reizen, op zoek naar mensen die mee willen doen. Er komen steeds meer plekken voor mensen zoals ik, midden in de samenleving.
Naast Joop is ook Cees Hovenkamp heel belangrijk. Hij vond dat het geld niet alleen van ouders en kerken moest komen, maar ook van andere mensen en bedrijven. En van de overheid. Hij is een echte netwerker, zoals ze dat noemen, en hij krijgt veel voor elkaar. Samen met ouders, medewerkers en vrijwilligers die allemaal hard werken.
Want, ff serieus, Philadelphia heeft nu bijna 700 locaties door heel het land. Dus een hoop mensen vonden het een goed idee. En dat is het ook, vind ik zelf.
Nou. Tot de volgende aflevering!
‘Ik ben er trots op dat ik de Evelien mag zijn die ik ben’
Evelien woont al 35 jaar bij Philadelphia. In die tijd zag ze de zorg veranderen, maar ontwikkelde ze zichzelf minstens zo sterk. Ze werkt 36 uur per week, speelt keyboard in de Jostiband en zet zich als ambassadeur voor de vrijheid in voor de zeggenschap van mensen met een beperking.
Podcast aflevering 2: Een gewoon, eigen leven
Hi, daar zijn we weer. Martin hier. De vorige keer hadden we het over het begin van Philadelphia. Over Joop Dondorp en Cees Hovenkamp.
Even tussendoor... ik vind het trouwens heel tof om aan dit tijdreizen mee te werken. Ik doe graag creatieve dingen. In Dordrecht bij Studio Bonk ben ik met muziek bezig. En ik teken en ontwerp dingen.
Toen ik de problemen in mijn hoofd kreeg, wist ik niet wat ik moest doen. Dat was heftig. Na een tijd kon ik met begeleiding weer naar buiten. Dat was eng want ik kon niet tegen openbare ruimtes. Zeker niet als er veel mensen waren. Ik ben blij dat het nu beter gaat. De wereld is niet meer zo eng.
Zullen we weer tijdreizen? Laten we eens kijken hoe het in de jaren negentig gaat. Ga je mee?
---
We zijn geland in 1995. En ik sta deze keer niet in een bos. Ik ben in een woonlocatie. Horen jullie dat? Het is gezellig druk hier. Hey, daar gaat net een begeleider aan een kopje koffie. Die kunnen we wel even storen.
Hallo? Wie ben jij?
Angela: ‘Ik ben Angela, en jij?’
Ik heet Martin. Mag ik jou iets vragen? Ik weet dat je net even pauze houdt, sorry.
Angela: ‘O, dat is niet erg. Ik ben het wel gewend. Een dag loopt nooit zoals je het plant.’
Is dat niet onrustig dan?
Angela: ‘We werken met een vaste dagstructuur. Dat is fijn en geeft rust. Maar er gebeurt altijd wel iets onverwachts. Iemand heeft een slechte dag, of er gebeurt een ongelukje.
En soms krijg ik de ouders op mijn dak, hahaha. Zij praten mee en beslissen ook veel. Dat is af en toe best lastig. Maar we hebben allebei het beste voor met hun kind.’
Hoe lang werk je hier al?
Angela: ‘Twintig jaar. En het is echt veranderd door de jaren heen. De dagbesteding is professioneler geworden. Dat deden we eerst hier op de locatie. Gezellig, maar sommige mensen wilden meer. Zichzelf verder ontwikkelen.
Vroeger gebeurde daar dan niet altijd iets mee. Maar wij kijken al langer naar wat cliënten zelf willen. Dat wordt steeds belangrijker. Soms is dat nog best een beetje zoeken, alsof we van tussen iets ouds en nieuws inzitten.’
Dus eigenlijk kijk je meer naar de mens, in plaats van naar de groep.
Angela: ‘Klopt, klopt.’
En doen cliënten een beetje gewoon mee in de samenleving?
Angela: ‘Het liefst wil ik dat. Daar zijn we nu nog niet hoor. Maar we zetten stappen. Cliënten moeten het willen, collega’s, ouders, mensen in de buurt. Je hebt iedereen nodig. En we moeten de mensen hier er natuurlijk ook op voorbereiden, je kunt niet zomaar iemand in het diepe gooien. Maar uiteindelijk zou het super zijn als mensen mee kunnen doen in de maatschappij.
Wat heb je trouwens interessante kleding aan, Martin. Waar komt dat vandaan?’
Dat komt uit de toekomst! Ik zelf trouwens ook. Ik ben door de tijd aan het reizen om te zien hoe Philadelphia is gegroeid.
Angela: ‘Serieus? Wat gaaf. Ben zo benieuwd hoe mijn leven en dat van cliënten er later uitziet.’
Ik mag niets verklappen, maar jullie zijn op de goede weg!
Angela: ‘Dat is fijn. En, wordt het Nederlands elftal nog een keer wereldkampioen?’
Haha, dat ga ik niet zeggen, anders is het toch niet spannend meer. Zeg, hebben de begeleiders het druk hier?
Angela: ‘Het is vaak hard werken. Maar daar krijgen we een hoop waardering en liefde voor terug. En bij Philadelphia krijg je echt de kans om jezelf te ontwikkelen, cliënten én collega’s.
Maar ik moet zeggen: er is wel meer administratie gekomen. Want er zijn steeds meer regels en protocollen. En die zijn vaak nodig, maar ja, je moet het wel goed doen en goed bijhouden.
Ondanks administratie is het fijn hier. Alleen de koffie is niet te drinken. Hahaha.’
Ik mag dus eigenlijk niets zeggen over de toekomst, maar we krijgen ons eigen koffiemerk: Phlavour. En die koffie is erg lekker.
Angela: ‘Leuk, in welk jaar gaat dat gebeuren?’
In 2023. En deelnemers ontwerpen de verpakkingen, pakken de koffie in en versturen het.
Angela: ‘2023??? Dan ben ik al met pensioen. Maar ik denk dat ik daarna als vrijwilliger langer doorga. Dan kom ik wel een bakje drinken.’
Dank je wel, Angela. Dan ga ik weer tijdreizen, naar de toekomst. Succes nog hier.
Angela: ‘Doei, wie weet tot ooit!’
---
Zo, we zijn weer terug in het nu. Nou, dat was heel anders dan in de bossen in de jaren zestig. Niet zo’n groot terrein, niet weggestopt. En ze keken veel meer naar wat mensen met een beperking zelf willen. Philadelphia wordt dus steeds groter en professioneler, en blijft toch ook klein en in de buurt.
Nou, ik moet ervandoor. Ik heb zo meteen een oefenles boksen. En daarna moet ik nodig boodschappen doen, want ik moet nog koken. In mijn eigen huis. Haha, sorry dat ik dat graag zeg. Ben er gewoon trots op en blij mee. Tot de volgende keer.
Al jaren onderdeel van Philadelphia: (oud-)collega's en verwanten vertellen
Beelden van toen
Podcast aflevering 3: Vallen en opstaan doe je samen
Hi, daar ben ik weer. De vorige keer waren we in de jaren negentig. Van de vorige eeuw. Ik maakte een praatje met begeleider Angela.
Ik had al verteld over mezelf. Ik heb het grafisch lyceum gedaan, de kunstacademie. En toch kan het dan fout gaan met iemand. Of nou ja, fout, je kan problemen krijgen. In je lichaam en in je hersenen en je gevoelens. Nadat ik dus op een gesloten plek woonde ging het uiteindelijk beter.
Kan wel zeggen dat ik nu een superleuk leven heb. Mijn wereld is nu best wel groot, terwijl ik eerst niets durfde. En moet je nou eens zien. Toen had ik nooit naar het museum in Dordrecht gedurfd, niets eens om alleen maar naar kunst te kijken. Vanwege de stemmen die ik hoorde in mijn hoofd.
En nu? Nu durf ik wel werk ik zelfs met ze samen! Dat vind ik echt heel bijzonder. En dat is ook dankzij Philadelphia.
Ja, ik heb een superleuk leven.
Nou, genoeg over mij. We gaan weer tijdreizen, naar 2020 deze keer. Kom je mee?
---
Joh, waar ben ik nou weer beland. O, Amsterdam. Weer eens wat anders. En hoor je dat?
Dat klinkt gezellig. Allemaal mensen die samen muziek aan het maken zijn. Daar word ik wel vrolijk van. Eens even kijken of ik iemand aan z’n jasje kan trekken.
Hallo, mag ik jou even storen?
Jonas: ‘Zeker. Wat wil je weten?’
Nou, wie ben jij en wat zijn jullie hier aan het doen?
Jonas: ‘Ik ben Jonas. En ik ben muziekcoach bij Philadelphia. En, nou, je hoort het, we zijn hier muziek aan het maken samen met cliënten. Wie ben jij eigenlijk?’
Ik ben Martin, en ik kom uit de toekomst. Klinkt misschien raar, maar ik ben aan het tijdreizen om te zien hoe Philadelphia is geworden wat het nu is. En jullie zijn dus met muziek bezig. Gaaf hoor, ik ben zelf ook een deelnemer én doe aan muziekproductie in Dordrecht.
Jonas: ‘Dus jij komt uit de toekomst. Hoe is de muziek dan?’
Ha, nou, vroeger was alles beter he, zeker de muziek. Nee, grapje. We hebben in Dordrecht onze eigen geluidsstudio en het is echt super om te zien hoe de deelnemers daar hun talenten gebruiken.
Jonas: ‘Ja joh. En sommige mensen kunnen bijvoorbeeld moeilijk over gevoelens praten, of ze kunnen zelfs helemaal niet praten. Muziek is dan een mooie manier om dat toch te kunnen doen. En als je niet zo blij bent, kan muziek je vrolijker maken. En het kan je rust geven als je heel druk in je hoofd bent. Al die dingen....’
Heb je iets gemaakt met deelnemers dat ik mag horen?
Jonas: ‘Natuurlijk, luister maar!’
Klinkt heel goed. Gaaf. Zeg, Jonas, bedankt man. Ik zoek even een rustig plekje op.
Jonas: ’Succes en tot ziens, misschien wel tot in de toekomst!’
---
Poeh, druk hier in Amsterdam. Ik durf dan wel weer in openbare ruimtes te zijn, maar dit is wel erg overdreven haha.
Eens even kijken, waar ga ik nu heen? Ergens waar het wat rustiger is. Nou, dan kun je het beste naar de bibliotheek volgens mij. Daar ga ik heen.
Oeh, nu moet ik natuurlijk wel een beetje fluisteren. Anders stoor ik de mensen in de bibliotheek. Nu ik hier toch ben ga ik even wat boeken zoeken over de zorg voor mensen met een beperking.
Kijk eens aan, een kamer waar ik helemaal alleen in kan zitten en hardop kan praten. Fijn. Heb best een paar boeken gevonden hoor, daarin staat van alles over de geschiedenis van de zorg voor mensen met een beperking. Wat is er veel veranderd zeg. En bij Philadelphia ging dat extra snel.
Soms een beetje té. Eind jaren 2000 werd Philadelphia heel snel heel groot. Het bleek lastig om alles goed bij te houden. En toen ging het mis en ineens was er te weinig geld. Dat moest natuurlijk worden opgelost. En dat is gelukt.
Greet Prins werd bestuurder. Zij moest de dingen weer beter maken. Ze veranderde veel, samen met collega’s en cliënten. Ze paste goed bij Philadelphia, want ze vond dat mensen met een beperking midden in de samenleving horen. Dat ze moeten kunnen wonen in ‘gewone’ wijken, en meedoen waar dat kan. Kijken naar wat mensen wel kunnen. Cliënten moesten zelf ook echt wat te zeggen hebben. En muziek vond ze heel belangrijk.
Zo. Weer even bladeren in de boeken, er is nog zoveel te vertellen. Aaai… volgens mij wil iemand graag studeren hier in het hok in de bibliotheek.
O, ze kloppen al op het raam. Ja. Kom maar binnen hoor, ik ga net weg.
Zo, ik moet weer fluisteren. Zeg, tot de volgende aflevering. Dan ga ik nu weer tijdreizen. Hoop dat dat niet te veel herrie maakt.
…
O, sorry mensen, het maakt een beetje lawaai. Doei!
Philadelphia in 1961
Veel beelden op deze pagina komen uit het archief van Philadelphia. Niet alle makers en afgebeelde personen zijn bij ons bekend. Heb je vragen of wil je een beeld laten verwijderen? Neem dan contact op met de Servicedesk Communicatie.