Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Rode draad in 50 jaar werken bij Philadelphia: ‘Liefde voor mensen’

Jennie Freund staat aan een bureau bij Studio Eigen

50 jaar werkte Jennie Freund bij Philadelphia. Zonder dat het een naam had, was Jennie altijd al bezig met een gewoon leven voor cliënten. Vanuit haar liefde voor mensen en de betrokkenheid bij haar werk vergrootte ze ongemerkt de wereld van cliënten, ouders én zichzelf. ‘Iedereen keek wat we konden doen binnen de mogelijkheden, vanuit passie voor de mensen. Daar kijk ik met een goed gevoel op terug.’

Jennies oudere zus had een beperking. ‘Dat had ik in eerste instantie helemaal niet in de gaten. Ze hoorde bij het gezin en draaide gewoon mee.’ De situatie met haar zus doordrong Jennie ervan dat cliënten op één of andere manier altijd afhankelijk zijn van een ander. ‘Daarom vroeg ik me altijd af: wat zou ik er zelf van vinden wanneer er zo met me om werd gegaan.’ De ervaring met haar zus zorgde ervoor dat Jennie een situatie goed van twee kanten kon bekijken en open stond voor wat ouders inbrachten.

Alle niveaus
Jennie was zestien toen ze bij Philadelphia begon op een locatie in Elspeet. ‘Eigenlijk moest je zeventien zijn, maar omdat de opleiding in augustus begon en ik pas in november zeventien werd, mocht het toch.’ Er waren nog geen tilliften, je stond alleen op een groep en in die tijd werkte je met alle niveaus. ‘Nu zeggen stagiairs op voorhand al dat een bepaalde doelgroep niets voor hen is. Dat vind ik jammer, want ze hebben het nog niet eens geprobeerd en weten dus niet wat het is.’

Ruimte voor ouders
Na een paar jaar ging Jennie op de Klim-Op aan de slag. Daar werkte ze ruim twintig jaar. ‘We organiseerden avonden voor ouders, waar ze met elkaar konden praten. Het was zo belangrijk voor ouders om ervaringen te delen. Nog steeds zie ik sommige ouders, ook al is hun kind al lang overleden. Af en toe drinken we een kop koffie en halen herinneringen op.’ Omdat er in die tijd nog geen voorzieningen waren, zoals pgb of ambulante zorg, paste Jennie samen met een collega ’s avonds op als de ouders weg moesten. ‘Het ging heel gemoedelijk en iedereen deed graag iets extra’s.’

Meer dan handpoppen en scheerschuim
Na de Klim-op ging Jennie bij een dagbesteding voor ouderen werken. ‘We hadden een socioruimte bij aanleunwoningen en organiseerden spelletjes, lunches en sinterklaas voor de bewoners van die woningen. En er was ruimte om gezellig te kletsen. De mensen die ik spreek, kijken er nog steeds erg positief op terug.

’Vorig jaar opende Studio Eigen: hier maken deelnemers onder andere keramiek en creaties als jute vlaggetjes en zeep. Jennie stond aan de wieg hiervan. ‘Ik ben heel trots op Studio Eigen en wat mijn collega’s en cliënten daar nu doen. We maken echt prachtige dingen. Toen ik ooit begon met dagbesteding hadden we een gitaar, handpoppen en scheerschuim. Nu is er zoveel meer mogelijk. Niet iedereen kan alles, maar we kijken naar wat iemand wel kan. Alleen uitrollen van klei bijvoorbeeld of glazuren.’

Tijd voor verhalen
Cliënten draaien zoveel mogelijk mee in de maatschappij. De één werkt in een kaaswinkel, de ander bij de kringloop of de groenteboer. Op een andere locatie waar Jennie werkte halen cliënten oude kranten op en assisteren bij een buurthuis waar mensen elkaar ontmoeten. Waar ze ook werken, het is belangrijk om aandacht te hebben, vindt Jennie: ‘Als de cliënten binnenkwamen op de dagbesteding nam ik eerst de tijd om naar hun verhalen te luisteren. Pas daarna gingen we aan de slag.’

Blijven meebewegen
Nu Jennie met pensioen is, wordt haar wereld kleiner. Ze moet zelf actief blijven, dat was in haar werkende leven wel anders: ‘Meebewegen met veranderingen vond ik heel belangrijk. Ik wilde nieuwe dingen graag eigen maken. En de bijscholingen vond ik altijd heel erg leuk.’

Eén ding bleef al die tijd echter onveranderd: haar liefde voor mensen met een beperking. Sommigen van hen blijft Jennie zien, maar het is ook goed dat iedereen verder gaat. ‘Zo hoort het!’