Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

'Technologie heb je nodig, begeleiding blijft mensenwerk'

Directeur Paul de Kort

De rol van technologie vroeger, nu en in de toekomst

Technologie kan veel betekenen. Het maakt het leven overzichtelijker en geeft ruimte voor meer eigen regie en aandacht. Voor mensen die we ondersteunen en voor medewerkers. De vraag is: hoe zetten we technologie zo in dat het menselijk blijft? Voor Paul de Kort, directeur ICT en digitale transformatie bij Philadelphia, begint het antwoord altijd bij mensen. ‘Technologie heb je nodig, maar niet als iets wat op zichzelf staat. Begeleiding blijft mensenwerk. Zeker in de intensieve zorg.’

Philadelphia loopt al jaren voorop bij de inzet van technologie in de ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking. Phi is daar een bekend voorbeeld van. Bij de introductie van de zorgrobot – in 2016 - raakte de discussie oververhit. Veel mensen zagen de robot als een bedreiging van de menselijkheid van de zorg.

‘Ik denk dat er nog steeds best veel zorgmedewerkers zijn die vinden dat technologie hun werk niet kan vervangen’, zegt Paul. ‘Voor een heel deel is dat zo, maar voor een deel ook niet. De vraag is of als het kan, je het ook moet willen. Daarom kijken we steeds goed wat technologie toevoegt. Niet alles wat technisch kan, helpt ook echt.’

Zelfstandigheid vergroten
Wat voor veel cliënten een mooie toevoeging is, is DigiContact. Daarmee kunnen ze digitaal contact krijgen met een begeleider. Op het moment dat zij daar zelf behoefte aan hebben. ‘Neem Beppie’, zegt Paul. ‘Beppie zegt: “Door DigiContact kan ik zelfstandig wonen. Ik heb eigenlijk liever dat ik DigiContact kan benaderen, dan dat ik afhankelijk ben van wanneer iemand tijd voor mij heeft.” En daar raak je de kern. Technologie betekent dan niet minder contact, maar contact dat beter past. Je geeft iemand meer eigen regie.’

Digitale gesprekspartner
Ook kunstmatige intelligentie, vaak AI genoemd, krijgt een grotere rol. Philadelphia testte eerder Noah, een virtual human: een digitale gesprekspartner voor cliënten.

Een digitale gesprekspartner kan helpen bij een eenvoudig gesprek, een eerste vraag of een moment waarop iemand behoefte heeft aan contact. ‘Maar er zijn zeker – nog – grenzen’, zegt Paul. ‘Een digitaal gesprek moet veilig zijn. Zeker als iemand verdrietig, bang of in paniek is. Stel dat iemand zegt: mijn kat is overreden en ik denk dat ik er zelf maar achteraan spring. Een chatbot kan dan zeggen: dat lijkt me een goed idee. Het interpreteren van woorden en emoties gaat nog niet altijd goed.

’Daarom kijken we bij Philadelphia zorgvuldig naar AI. Wat willen we wel? Wat willen we niet? En wanneer moet er altijd een mens meekijken of ingrijpen? Die vragen zijn niet alleen technisch, maar ook ethisch. ‘AI gaat niet meer weg uit onze samenleving’, zegt Paul. ‘De vraag is: hoe gaan wij ons daartoe verhouden? Het is heel fijn dat we nu een ethische commissie hebben die zich bezighoudt met dit soort vraagstukken.’

Spanning signaleren
Technologie is er in vele vormen. Denk aan sensoren, geluidherkenning of slimme systemen die signalen opvangen. Deze zorgdomotica kan medewerkers helpen om eerder op te merken dat er iets aan de hand is. Soms loopt spanning bij een client langzaam op. ‘Hoe eerder je het signaleert, hoe eerder je kunt ingrijpen. En hoe kleiner het probleem is.

’‘Een tijdje geleden was ik op een locatie waar een cliënt woont die de boel kort en klein slaat als de spanning te hoog oploopt. Doordat de begeleider de spanningsopbouw kan uitlezen was hij er snel bij. De cliënt kreeg muziek van André Hazes op zijn oren en werd snel weer rustig. Dan denk ik: hier doen we het voor. En dat zijn dus ook de momenten dat je begeleiders nodig hebt. Daar zie ik voorlopig nog geen robot op af rijden.

Minder administratie, meer aandacht
Een andere grote ontwikkeling is het nieuwe elektronisch cliëntendossier (ECD). Dat is het digitale dossier waarin medewerkers afspraken, rapportages en andere informatie van de bewoners vastleggen. ‘Met dit nieuwe ECD rapporteert iedereen op dezelfde manier. De grootste winst zit erin dat we zorgen dat we de administratieve taken kunnen verminderen.

’Spraakgestuurd rapporteren gaat daarbij helpen. Een medewerker spreekt dan een rapportage in, in plaats van die helemaal uit te typen. Ook kunnen systemen beter met elkaar samenwerken, zodat medewerkers informatie minder vaak opnieuw hoeven in te voeren. Paul ziet voor zich dat rapporteren steeds meer onderdeel wordt van het gewone contact. ‘Dat je niet meer apart een rapportage in het dossier zet, maar dat het dossier al wordt ingevuld gedurende het gesprek met een bewoner.’

Samen leren en vernieuwen
Veel medewerkers ervaren technologie soms als iets dat erbij komt. Daarom draait het de komende jaren niet alleen om nieuwe toepassingen, maar vooral om adoptie: samen leren hoe technologie helpt in het dagelijks werk.

Daarin spelen digicoaches een belangrijke rol. Dat zijn collega’s uit de zorg die handig zijn met digitale hulpmiddelen. Zij helpen andere collega’s op de werkvloer. Ook zorgtechnologen kijken mee naar nieuwe mogelijkheden, zoals apps, slimme brillen, sensoren of hulpmiddelen die kunnen ondersteunen. ‘In plaats van dat iemand van buiten komt vertellen hoe het moet, kun je beter een zorgmedewerker hebben die het erbij doet’, zegt Paul. ‘Omdat technologie steeds meer een onderdeel van je werk wordt.

’Philadelphia wil blijven vernieuwen, maar niet alleen. Veel vragen spelen in de hele gehandicaptenzorg. Daarom zoeken we samenwerking met andere organisaties in en buiten de branche. ‘Waarom zou ik in mijn eentje investeren in een chatbot, terwijl andere organisaties precies dezelfde vraagstukken hebben? Samen verder komen is voor mij volstrekt helder. Ik wil nog steeds vooroplopen in technologie, maar dan vooral door samenwerking te zoeken.’

Als Paul vijf jaar vooruitkijkt, hoopt hij dat technologie vanzelfsprekender is geworden. Niet spannend of ingewikkeld, maar een hulpmiddel dat past bij het leven en werken van alledag. Digitaal waar het kan, fysiek waar het nodig is. En altijd met aandacht voor een gewoon leven, een eigen leven.